Onze website gebruikt cookies. Tijdens het surfen op het internet worden uw voorkeuren onthouden door middel van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door een internetpagina op een pc, tablet of mobiele telefoon worden geplaatst. De website van Vaillant maakt gebruik van cookies om uw gebruikerservaring te verbeteren door het anoniem monitoren van bezoekersgedrag.

Cookies accepteren en doorgaan Cookies weigeren

Pilot met nul-op-de-meter portiekflat met 8 woningen in Utrecht

In de Utrechtse wijk Overvecht is in een zogenaamde Intervam-flat één portiek met 8 woningen nul-op-de-meter gemaakt. Het gaat om een pilot van woningcoporatie Mitros vol met bouwkundige en installatietechnische uitdagingen. Er worden verschillende warmtepompsystemen uitgeprobeerd. De eerste resultaten zijn zeker positief.

De Intervam-flats stammen uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. Het is een concept-bouw flat zoals die door meer aannemers door het hele land gerealiseerd zijn: snelle, lichte woningwetbouw. De energieprestatie komt overeen met energielabel F of G. Er zijn naar schatting 40 tot 60.000 van dit soort woningen gebouwd, een uitdaging voor corporaties die, mede gestimuleerd door het Energieconvenant, hun woningbezit in hoog tempo vergaand willen verduurzamen.

In het geval van de Flat met Toekomst is gekozen voor de meest radicale variant: een nul-op-de-meter woning, met een energieprestatie die dus nog boven die van de A++ woning ligt. Na een uitgebreide uitvraag viel de realisatie toe aan Nieuw Utrechts Peil, een consortium van VIOS Bouwgrope, Op ten Noord Blijdenstein Architecten en Adviseurs en Nieman Raadgevende ingenieurs met hun co-makers Cevesin Installatietechniek en Elektrotechnisch Installatiebureau Schalkwijk. Vaillant/AWB werd gevraagd om verschillende warmtepompsystemen te leveren.

Er is namelijk voor verschillende verwarmingsopties gekozen. Alle woningen hebben een WTW-installatie van Zehnder. Ook wordt in alle woningen gewerkt met laagtemperatuur radiatoren. Dit zijn ‘gewone’ enkelvoudige radiatoren, maar wel relatief groot gedimensioneerd. Hiervoor is gekozen om niet ten behoeve van de vloerverwarming vloeren te moeten gaan breken of ophogen. Daarnaast heeft elke woning een buffervat van 200 liter waar de warmtepomp heet water in aanmaakt voor koken, afwassen en douchen. Elke woning heeft op het dak eigen pv-panelen staan met voldoende capaciteit om zowel de warmtepompen als de rest van de elektrische apparaten van stroom te voorzien (uiteraard gaat dit niet rechtsreeks, maar door saldering na levering aan het stroomnet).

De verschillen tussen de woningen zit hem vooral in de warmtepompen. Vier woningen worden verwarmd met AWB Genia Air-lucht-waterwarmtepompen. Dit zijn betrekkelijk eenvoudige warmtepompen met een bescheiden vermogen maar met een prima COP van rond de 1:5. De warmtepompen staan op het dak van de flat, onder de schuin opgestelde zonnepanelen. De gedachte is dat de pompen door de luchtcirculatie voor verkoeling van de zonnepanelen zorgen, zodat die beter presteren. De vier andere woningen worden verwarmd met Vaillant geoTHERM VWS 63 aardwarmtepompen. Deze worden gevoed uit vier putten die in de aarde geboord zijn. Dat was nodig omdat in Utrecht niet dieper dan 50 meter geboord mag worden. De vier putten zijn ieder 40 meter diep. De aardwarmte wordt opgepompt en direct op de begane grond verdeeld over de vier woningen. Een appartement is aanmerkelijk groter dan de andere zeven. Die heeft ook nog een warmtevoorziening met een Vaillant aroTHERM lucht-waterwarmtepomp op het dak. De aroTHERM is krachtiger dan de AWB machines. Overigens is de techniek gelijk: AWB en Vaillant maken beide deel uit van de Vaillant Group.

Omdat het hier om een pilot gaat worden de appartementen nauwlettend gemonitord. Niet alleen door de gegevens van de apparaten en het elektriciteitsverbruik op reguliere wijze te monitoren. Een extern bedrijf heeft op diverse plekken extra sensoren aangebracht, onder andere op de elektriciteitslijnen uit de zonnepanelen, op het waterverbruik en op de uitgaande temperaturen van de boiler en de warmtepomp.

De Flat met Toekomst kwam in december 2016 gereed, op tijd voor een tamelijk koude winter. Daarom is er al veel kennis en ervaring opgebouwd, die zal worden ingezet voor vergelijkbare projecten van Mitros, die voor 2018 in de planning staan.

De belangrijkste bevindingen tot nu toe zijn dat het mogelijk is gebleken om de slecht –geïsoleerde Intervam-flats op vergaand niveau te isoleren en luchtdicht te maken. Dat is ook aangetoond met blowerdoortests. Voor het verbruik betekent dat dat het warmwaterverbruik verreweg de meeste energie vraagt, in tegenstelling tot vroeger, toen veel energie ook nodig was voor de verwarming van de woning. De totale energievraag is dus aanmerkelijk gedaald en kan in principe gedekt worden door de zonnepanelen. (volgens het sladeringssysteem). Daarmee is aangetoond dat een NOM-flat-renovatie mogelijk is bij een flat van deze hoogte en bouwwijze.

Nu is het zaak om het proces zowel bouwkundig als installatietechnisch verder te vereenvoudigen om de kosten te verlagen en seriematig werken te vergemakkelijken. Bouwkundig zal het veel verschil maken dat in het geval van de Flat met Toekomst er nog voor gekozen is om één van de twee balkons tot binnenruimte om te bouwen. Dat schiep ruimte voor een grote technische ruimte voor het buffervat, de WTW installatie en randapparatuur.

Het idee is nu om een plug-and-play unit te ontwikkelen waarbij alle technische apparaten op een soort rek gemonteerd worden dat veel minder plaats inneemt. Dat rek kan dan in een regendichte kast op het balkon worden neergezet. Wat in omvang zal schelen is dat de 200 liter waarvoor nu gekozen is bij het buffervat ruim bemeten blijkt te zijn. Een vat van 120 of 150 liter moet ook voldoende zijn voor het warmwaterverbruik van een eengezinswoning.

Project in aanbouw

Opgeleverd project