Een selectie uit de vragen die deelnemers stelden bij het webinar ‘Nieuwbouw ontwerpen met energieneutrale installatie’

Vragen rond de BENG-wetgeving

Vraag: All-electric woningen, dat betekent dat er nog steeds elektriciteit wordt gebruikt, en die wordt voor 85 procent met kolenstook opgewekt. Dat is toch niet wenselijk?

ANTWOORD: Inderdaad is de bron van veel van onze elektriciteit nog niet duurzaam. Vaak worden de all-electric woningen wel met pv-panelen uitgerust en wekken ze dus deels hun eigen energie op. Maar op piekmomenten en als de zon niet schijnt valt de electriciteitsbehoefte toch terug op het reguliere elektriciteitsnet en daarmee op kolengestookte electriciteitscentrales.

Vraag: Is het zo dat bouwen volgens de BENG-regelgeving (Bijna Energie Neutraal Gebouw) je eigenlijk verplicht om wtw-systemen (ventilatiesystemen met warmteterugwinning) te gebruiken?

ANTWOORD: BENG verplicht je niet om wtw toe te passen. Maar zo’n systeem wél toepassen ‘scoort’ wel bijzonder goed in de totaalberekening. Daardoor wordt het wel raadzaam om het toe te passen. Natuurlijke ventilatie kan nog altijd, maar het comfort van de woning wordt dan slechter (denk aan tocht) en er zullen compensatiemaatregelen genomen moeten worden om toch aan de BENG-eisen te voldoen.

Vraag: Wat is de ruimtelijke impact (bij een nieuwbouwontwerp) die nodig is voor de installatie van een nul-op-de-meter woning? Hoe groot moet bijvoorbeeld een installatieruimte voor een woning zijn en kan dat ook op een zolder?

ANTWOORD: Er is voor een duurzame installatie inderdaad aanzienlijk meer ruimte nodig dan voor een conventionele cv-ketel. Hoe groot deze exact moet zijn verschilt per systeem. Het ligt er bijvoorbeeld aan of er een buffervat nodig is (voor de warmwatervoorziening) en of er voor een aardwarmtepomp of voor een lucht-water warmtepomp gekozen wordt. Ook de wtw-instalaltie moet een goede plaats krijgen. Soms wordt een ‘technische ruimte’ aan de woning gebouwd, de kelder is ook en logische plaats. Op zolder kan het ook, mits de apparaten boven kunnen komen of via het dak naar binnen kunnen.

Vraag: Wordt er in de BENG ook rekening gehouden met stroomverbruik ten gevolge van bijvoorbeeld gebruik van verlichting of televisies?

ANTWOORD: Nee, het verbruik van consumentenelektronica of verlichting zitten niet in BENG.

Vragen rond ventilatie met warmte terugwinning (wtw)

Vraag: Kunnen afzuigkappen, bijvoorbeeld met recirculatietechniek en koolfilter, een bijdrage leveren aan de ventilatie van duurzaam gebouwde woningen?

ANTWOORD: Nee. Afzuigkappen hebben hun eigen functie (snel kookluchtjes afvoeren), en maken geen deel uit van het ventilatiesysteem.

Vraag: Heeft een wtw-installatie onderhoud nodig?

ANTWOORD: Ja. De eindgebruiker, dus de particuliere eigenaar van de woning of de huurder heeft daarin zijn of haar eigen vernatworodelijkheid. Zo moeten in ieder geval minstens een keer per jaar de filters worden vervangen. Overigens nemen installateurs dat graag op in een jaarlijkse inspectie. Daarnaast moeten ook de kanalen van het ventilatiesysteem gereinigd worden. Dat moet eens in de acht jaar, volgens de ISSO 63-normering.

Vraag: Wie kan die kanaalreiniging uitvoeren?

ANTWOORD: Er zijn bedrijven die zich in het reinigen van ventikatiekanalen hebben gespecialiseerd, maar veel installatiebedrijven kunnen het ook. Ook dit kan worden meegenomen in reguliere onderhoudscontracten.

Vraag: Kan een bestaande ventilatievoorziening zonder CO2-sturing worden omgebouwd zodat hij wel CO2-gestuurd wordt?

ANTWOORD: Nee. Wat wel mogelijk is is dat er nieuwe toestellen worden geplaatst in plaats van de oude, bijvoorbeeld aan het eind van de afschrijfperiode. Deze kunnen dan vaak van de bestaande kanalen gebruik maken.

Vraag: Kan een wtw-ventilatiesysteem ook geplaatst worden in de bestaande bouw?

ANTWOORD: Dat is haalbaar, de moeilijkheid zit hem vaak in de aanleg van de benodigde ventilatiekanalen.

Vraag: Zijn er voorbeelden van oplossingen voor de aanleg van wtw-systemen in bestaande bouw zonder dat daar grote bouwkundige ingrepen voor nodig waren?

ANTWOORD: Jazeker. Dan valt vooral te denken aan decentrale systemen. Met muurdoorvoer. Die hebben dan niet de problemen met de aanleg van ventilatiekanalen. Deze oplossing wordt bijvoorbeeld veel toegepast bij portiekflats.

Vraag: Bij decentrale ventilatie via gaten in de gevel: zit de aan- en afvoer van lucht dan niet zo dichtbij elkaar dat deze elkaar negatief gaan beïnvloeden?

ANTWOORD: De interne constructie in de units is vaak zo dat dit zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Vraag: Over wtw-installaties wordt wel gezegd dat ze muffe lucht verspreiden. Klopt dat?

ANTWOORD: De ingeblazen lucht met de wtw-installatie is gewone buitenlucht die door de retourlucht is opgewarmd. Dus muffe lucht kan eigenlijk niet. Het is wel ‘opgewarmde’ lucht, geen koude lucht, zoals mensen van vroeger gewend zijn.

Vraag: Door de wtw-installatie voorverwarmde lucht zorgt dat het in de slaapkamers, waar men lagere temperaturen wenst, veel te warm wordt. Hoe los je dat op?

ANTWOORD: Wat veel mensen niet weten is dat bij wtw ook gewoon het raam open gezet mag worden als men dat fijn vindt. Dit zal vooral in de zomer gedaan worden. Ramen open zetten in de winter reduceert de energiewinst. Om energie te besparen zouden mensen moeten wennen aan warmere slaapkamers.

Vraag: Maken wtw-installaties niet hinderlijk geluid?

ANTWOORD: Dit hoeft niet het geval te zijn. Essentieel is de aandacht voor het ontwerp en het inregelen van de installatie. Het apparaat zelf moet zodanig geplaatst zijn dat het zoemen niet hindert. Verder is de breedte van de kanalen van groot belang en de inregeling van de ventielen. Vaak worden de inlaat- of blaas-ventielen ‘geknepen’ wat voor een piepend geluid kan zorgen. Dat hoeft niet: op het apparaat zelf kan dat ook, veel beter, worden ingeregeld.

Vragen rond verwarmingssystemen

Vraag: wat wordt met hybride verwarmingssyteem bedoeld?

ANTWOORD: Bij een hybride is er sprake van twee warmteopwekkers. Bijvoorbeeld een warmtepomp die het grootste gedeelte van de benodigde energie op zich neemt en een ketel voor de piek als het heel koud is.

Vraag: Een all-electric systeem voor verwarmen en voor warm tapwater kan absoluut. Waarom dan toch nog de CV-ketel adviseren als 'back-up'?

ANTWOORD: In de bestaande bouw is alle warmtebehoefte laten verzorgen door een warmtepomp meestal niet mogelijk. Er moet dan hoogwaardige schilaanpassing gedaan worden. Vandaar dat bij de bestaande bouw vaak een ketel als backup gebruikt wordt. Hierbij wordt dan vaak 60-80% van de energiebehoefte gedekt. Bij nieuwbouw is de afweging subtieler en heeft het bijzetten van een gasketel veel met comfort te maken.

Vraag: Met hybride systemen is de besparing ten opzichte van een gasketel maar een paar honderd euro per jaar, terwijl de investering in zo’n ketel, gecombineerd met een warmtepomp enkele duizenden euro’s kan bedragen.

ANTWOORD: Dat klopt. Zo’n systeem wordt vooral aangeschaft wanneer de verlaging van het energieverbruik belangrijk wordt gevonden, maar comfort ook. De grootste investeringskosten zitten in de aanschaf van de warmtepomp, al kan dat een kleinere zijn dan in het geval er voor een warmtepomp gekozen wordt die in alle warmtebehoefte moet voorzien. De prijzen tussen de verschillende vermogens van warmtepompen lopen flink uiteen. Overigens worden de besparingen groter als de energieprijzen stijgen.